Welkom


Sluitingsdatum kopij

28 mei 2017

Nestkastenproject gierzwaluwen in Voordorp

  

Overzicht 2012

Betekenis stippen:

- blauw: kast niet bezet
- geel: broedsucces huismussen

- oranje: broedsucces spreeuwen

- bruin: overnachtende gierzwaluwen
- rood: broedsucces gierzwaluwen


Het begin

De Initiatiefgroep Voordorp-De Bilt heeft in 2003 een plan opgesteld om zowel de natuur in de stadsrand tussen Utrecht, Groenekan en De Bilt te versterken als de mogelijkheden om van die natuur te genieten. Een van de onderdelen van dat plan was het verbeteren van de gierzwaluwenstand. Hiervoor is samen met de gemeente en twee gierzwaluwdeskundigen van het Zwaluwen Adviesbureau in 2005 het nestkastenproject bedacht. Er is bekeken welk soort nestkasten geschikt zouden zijn en welke huizen in aanmerking zouden komen voor het ophangen van kasten. In 2006 zijn al enkele nestkasten opgehangen door de initiatiefnemers, maar vanwege de vogelgriep lag het project even stil. Voorjaar 2007 heeft de gemeente aan alle wijkbewoners een nestkast tegen korting aangeboden.

 

In april 2007 zijn 61 nestkasten gekocht door wijkbewoners. Een deel daarvan is daadwerkelijk opgehangen.

In 2010 zijn via het Leefbaarheidsbudget 15 nestkasten aangeboden aan Voordorpers.

Medio 2010 hangen er 65 nestkasten in de wijk.


Broedsucces


Algemene informatie over gierzwaluwen

Gierzwaluwen zijn nog meer luchtacrobaten dan de ‘echte’ zwaluwen zoals boeren-, huis- en oeverzwaluw. Het grootste deel van hun leven brengen ze in de lucht door. Daar slapen ze op een paar kilometer hoogte, ze jagen er op muggen, vliegen en andere insecten, en ze paren er zelfs. Snelheden van 120 km per uur behoren tot de mogelijkheden, terwijl ze maar 16 cm lang zijn en hun sikkelvormige vleugels een spanwijdte hebben van 45 cm.

Ze komen alleen in hun nestplaats om op de eieren te zitten of de jongen te voeren. Lopen kunnen ze daarom ook niet, hun pootspieren zijn niet ontwikkeld. Vliegen des te beter. Als het blijft regenen vliegen ze gewoon een paar honderd kilometer om een buienfront heen op zoek naar rondvliegende insecten.


Het nestelen

Het eerste gierende geluid van de gierzwaluwen hoor je meestal eind april, begin mei. Ze hebben dan zo’n 8000 km afgelegd vanaf hun overwinteringsgebieden in Zuid- of Midden-Afrika en zoeken het nest van het vorige jaar op. Eerst arriveren de mannetjes, een paar dagen later de vrouwtjes. Het nest wordt eventueel wat opgeknapt met allerlei materiaal dat in de lucht ronddwarrelt (kleine veertjes, pluisjes, haren) en aan elkaar gekit met speeksel tot een kommetje. Daarin worden in de tweede helft van mei een paar eitjes (2-3) gelegd die afwisselend door het mannetje en het vrouwtje bebroed worden.

Dat broeden duurt ongeveer 3 weken waarna de jongen uitkomen. Die worden door de ouders gevoerd met ‘insectenballen’: de ouders vangen al vliegend insecten, zoals muggen, kevers en mieren in de lucht en verzamelen ze in een keelzak. In die keelzak worden de paar honderd (!) insecten tot een balletje gemaakt. Zo’n twintig ballen worden zo aan de jongen gevoerd, samen goed voor enkele duizenden insecten per dag per jong!

In de tweede helft van juli vliegen de jongen uit. Ze kunnen niet even oefenen, het moet meteen lukken. Als ze op de grond belanden zijn ze compleet hulpeloos, doordat ze niet kunnen lopen of naar boven kunnen klimmen.

 

Eind juli vertrekken alle gierzwaluwen al weer naar hun overwinteringsgebieden in Afrika. Ze zijn dus maar zo’n drie maanden in Nederland, en binnen die tijd moet er gebroed en gevoed worden.

 

Bedreiging en bescherming

Oorspronkelijk leefden gierzwaluwen in rotsachtige gebieden, waar ze broedden in holtes en spleten in de rotsen, liefst in een kolonie. Die rotsen verdwenen niet, dus keerden ze ieder jaar weer naar dezelfde vertrouwde plek terug. Dat werkte prima. In bebouwde gebieden zien ze huizen voor een soort rotsen aan. Ook daarin kan je holtes en spleten vinden om een nest te maken. Zo is een soort samenwerking ontstaan tussen mensen en gierzwaluwen: mensen leveren onderdak, de zwaluwen eten rondvliegende insecten op.

Maar helaas verdwijnen deze ‘rotsen’ wel. Huizen worden gesloopt, gerenoveerd of door het gebruik van andere bouwmaterialen ongeschikt gemaakt om er nog langer in te kunnen nestelen. Gierzwaluwen zijn daardoor inmiddels in veel steden in de problemen gekomen.

 

Er zijn echter wel manieren om de gierzwaluwen een handje te helpen. Ze vinden ‘kunstnesten’ gelukkig prima. Die worden in verschillende vormen en van allerlei materiaal gemaakt. Het kan gaan om neststenen die in de muur gemetseld worden, speciale dakpannen, of kasten die aan de gevel opgehangen worden.

 

Meer informatie is te vinden op:

www.zwaluwen.info

www.gierzwaluw.com

 

 

aaaaaaa