Welkom


Sluitingsdatum kopij

26 augustus 2018

 





 






 

Straatnamen in Voordorp

  
Aartsbisschop Romerostraat
Aartsbisschop Romero was in de jaren 70 van de vorige eeuw een uitgesproken tegenstander van het militaire regime van El Salvador. In 1980 werd hij door een sluipschutter vermoord. Met Romero stierf het gezicht van een kerk die het temidden van grootschalig geweld opnam voor de arme, uitgebuite en onderdrukte campesinos, de boerenbevolking van het land.Oscar Romero werd op 15 augustus 1917 geboren in Ciudad Barrios, El Salvador, Midden Amerika. Hij volgde een priesteropleiding aan het seminarie van San Miguel, in de hoofdstad San Salvador en aan diverse universiteiten in Rome. In 1942 werd hij tot priester gewijd. Teruggekeerd in San Miguel bleef hij 23 jaar lang secretaris van het bisdom. Romero was er vooral pastoraal en sociaal bezig. In 1970 werd hij hulpbisschop van San Salvador, in 1974 bisschop van Santiago de María en in februari 1977 aartsbisschop van de hoofdstad San Salvador. El Salvador beleefde in die jaren de ene militaire staatsgreep na de andere en voor de boerenbevolking was het leven grimmig. Het aantal moorden liep soms op tot drieduizend per maand. Bijna een vijfde van de bevolking ontvluchtte het land en een miljoen mensen waren binnenslands constant op de vlucht voor het leger en paramilitaire eenheden. Op 12 maart 1977 werd de radicale priester Rutilio Grande, een bekende van Romero, in Aguilares vermoord. Deze moord betekende een omkering in het leven van Romero. De aartsbisschop eiste van de regering een onderzoek, maar de regering gaf niet thuis. Romero dreigde met sluiting van de scholen en het wegblijven van de kerk bij officiële plechtigheden. In het grotendeels zeer katholieke land waren dit zware dreigementen. Ook in het buitenland werd zijn strijd opgemerkt. Hij kreeg eredoctoraten en in 1979 werd hij voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Vrede. In mei 1979 bezocht hij de paus in Rome en legde hem zeven dossiers voor met rapporten en documenten die de onrechtvaardigheden in El Salvador bevestigden. Hij verzocht de Amerikaanse president de financiële steun aan het Salvadoraanse regime stop te zetten.

Ondanks doodsbedreigingen en aanslagen op bevriende priesters, liet hij zich niet bang maken: "Als ze mij doden, herrijs ik in het Salvadoraanse volk". Toen Romero op 24 maart 1980 tijdens een mis in de kapel van een ziekenhuis werd doodgeschoten was hij 62 jaar. Zijn aanhangers kwamen in groten getale naar de kathedraal in San Salvador om zijn begrafenis bij te wonen. De begrafenis liep uit op een bloedbad. Er ging een bom af en in paniek werden tientallen mensen vertrapt of neergeschoten door sluipschutters rondom het plein. Zo’n veertig mensen kwamen hierbij om. Dat het Salvadoraanse regime achter de moord op de aartsbisschop en het bloedbad bij de begrafenis zat, was altijd al duidelijk. Officieel werd het pas bekend in 1993, bij het verschijnen van het Rapport van de Waarheidscommissie over El Salvador.
Voordorp Vooruit (September 2006)

 

Agostinho Netostraat

António Agostinho Neto was dichter, schrijver en de eerste president van Angola. Hij bracht Angola in 1975 naar de onafhankelijkheid. Op zijn geboortedag viert Angola haar Nationale Heldendag.

Neto werd in 1922 geboren in Angola, bij de hoofdstad Luanda. Zijn vader was pastor en zijn moeder schooljuffrouw. Als een van de weinige kinderen kreeg hij op een goede school les. Hij wist zijn eigen schoolboeken te betalen met een administratief baantje bij de bisschop. In 1947 kreeg Neto van de kerk een beurs voor een studie Geneeskunde in Lissabon en Coimbra (Portugal).

Al enige jaren voor zijn vertrek naar Portugal was Neto een belangrijk lid van een culturele beweging. Gedurende de Portugese bezetting was Angola volgens hen het cultuurbesef kwijtgeraakt. De eigen cultuur moest ‘opnieuw ontdekt’ worden. Als student was hij eveneens cultureel maatschappelijk betrokken. Hij werd actief lid van de oppositie van president Salazar. Hij organiseerde petities, deed mee aan demonstraties en schreef poëzie. Zijn gedichten maakten hem beroemd.

Hij werd opgepakt en gevangen gezet, maar na veel verzoeken van liberale politici, schrijvers en artiesten werd hij weer vrijgelaten. Na de afronding van zijn studie keerde hij in 1959 weer terug naar Luanda.

In Luanda werd hij huisarts waar hij zich inzette voor iedere patiënt, arm of rijk. Tegelijkertijd bleef hij schrijven. Nog maar net begonnen als huisarts werd Neto wederom gearresteerd. Dit leidde onder zijn patiënten tot een groot protest dat bloedig werd onderdrukt. Neto werd naar de Kaapverdische eilanden gebracht en later naar Portugal. Toen de straf werd omgezet in huisarrest, vluchtte Neto in 1962 met zijn gezin naar Marokko en naar Léopoldville (nu Kinshasa, Zaïre). Neto was de bekendste nationalistische

leider geworden en werd gekozen tot president van de Angolese bevrijdingsbeweging MPLA.

Als gematigde marxist maakte hij hier een linkse beweging van. Twaalf jaar lang voerde hij oorlog tegen de Portugese overheersers en reisde hij door Europa, de Sovjet-Unie en Afrika voor politieke en financiële steun. De strijd werd een jaar na de Portugese Anjerrevolutie (1974) gewonnen. Portugal droeg de macht over aan de MPLA.

Neto werd de eerste president van het land en sloot nauwe banden met de Sovjet-Unie en andere communistische staten. Tegenstanders weigerden zijn bewind te erkennen en er ontstond een burgeroorlog. En er waren nog meer immense problemen in het geruïneerde land. Bovendien kampte Neto met zijn gezondheid. Hij leed aan kanker. Hij overleed tenslotte in 1979 in Moskou tijdens een operatie.

Voordorp Vooruit (Juni 2007)

Andrej Sacharowplein
Andrej Sacharowstraat

Geen aanvullende informatie beschikbaar in Voordorp Vooruit. Wel op Wikipedia.

Augusto Sandinostraat

In de jaren zeventig woedde in Nicaragua een bloedige burgeroorlog. Generlang had de dictator-familie Somoza de macht over het land, maar guerrzouden uiteindelijk de derde telg van de familie verjagen.

Zij noemden zich de Sandinisten, naar Augusto Nicolás Calderón Sandino. In 1934 werd Sandino in de stad León vermoord door Anastasio Somoza, cde Nationale Garde en later president. Hij leefde in de herinnering voor vrijheidsstrijder van Nicaragua.

Al sinds 1838 speelde in onafhankelijk geworden Nicaragua een grote politieke rivaliteit tussen conservatieven en liberalen. Binnenlandse en regionale onrust gaf in 1909 zelfs aanleiding tot een militaire interventie van de Verenigde Staten. Nicaragua's strategische belang werd zodoende behouden. Met kleine onderbrekingen zouden de Amerikanen tot 1933 blijven, tot ongenoegen van liberalen, waaronder de socialistisch geïnspireerde revolutionair Augusto Sandino. Sandino werd geboren in het dorp Niquinohomo, vlak bij Masaya. Zijn vader was een middelgrote koffieboer en zijn moeder -plukster.

In 1921 vertrok hij na een schietincident naar het buitenland. Hij werd hulpmonteur bij Noord-Amerikaanse multinationals in Mexico, Honduras en Guatemala. Daar raakte hij betrokken bij vakbondsacties en kwam hij in contact met linkse activisten. In 1926 keerde hij naar Nicaragua terug als boekhouder bij een mijnbouwbedrijf. Kort daarna voegde hij zich met een klein leger in de strijd tegen de pro-Amerikaanse conservatieven. In dit jaar landden VS-mariniers wederom in Nicaragua. Een vredesplan werd voorgelegd dat door liberalen werd geaccepteerd. Maar Sandino, inmiddels "generaal", eiste een definitief Amerikaans vertrek en voerde vanuit het berggebied een guerrillaoorlog. Intussen werd de Gardia Nacional in het leven geroepen, een eenheid met zowel militaire als politietaken. Het werd door Amerikanen opgeleid en gefaciliteerd en was loyaal aan Amerikaanse belangen.

In 1933 vertrokken de mariniers definitief en Sandino aanvaardde het vredesaanbod. De Gardia bleef echter in stand. Sandino maakte zich sterk voor landhervorming en vond hiervoor veel aanhang onder de boeren op het platteland en in de bergen. Hij ontbond zijn leger en trok zich terug in Nueva Segovia om de experimenten met coöperaties voort te zetten. Maar na een bespreking met de regering werd hij in februari 1934 in een hinderlaag gelokt. De Nationale Garde arresteerde hem op bevel van Anastasio Somoza, zijn voormalige collega-generaal. Hij werd op 39-jarige leeftijd geëxecuteerd. Vervolgens speelde zich in het land een enorme terreuractie. Vijfduizend echte of vermeende medestanders van Sandino werden vermoord.

Sandino was niet alleen een strijder, maar ook een begaafd spreker en schrijver. Niet voor niets werd 27 jaar later zijn naam verbonden aan een van de belangrijkste politieke bewegingen in Nicaragua. In 1961 richtten studenten het Sandinistisch Front voor de Nationale Bevrijding (FSLN) op. Deze beweging slaagde erin om in juli 1979 dictator Somoza te verdrijven.
Voordorp Vooruit (Juni 2005)


Ché Guevarastraat

Ché Guevara was een Argentijnse revolutionair en Cubaans guerrillaleider. Hij was lid van Fidel Castro's revolutionaire beweging, die in 1959 in Cuba aan de macht kwam. In 1966 verliet ‘Ché’ Cuba om de revolutie in de Democratische Republiek Congo en later in Bolivia te verspreiden.

Op 7 oktober 1967 werd hij opgepakt en door het Boliviaanse leger geëxecuteerd.

Ernesto Rafael 'Ché' Guevara de la Serna werd geboren in Rosario (Argentinië) in 1928. Na zijn schooltijd begon hij een studie geneeskunde in Buenos Aires. Tijdens en direct na zijn studietijd maakte hij lange reizen door Latijns Amerika. Hij was in Bolivia tijdens de revolutie in 1952, in Guatemala maakte hij kennis met het linkse bewind van Arbenz en in 1954 was hij daar getuige van de, door de Verenigde Staten geïnspireerde, staatsgreep. 'Ché' vertrok hierna naar Mexico en ontmoette de linkse Cubaanse bannelingen Fidel en Raúl Castro. Hij werd lid van Fidel's guerrillabeweging ‘De Beweging van de 26e Juli’. In 1956 besloten zij samen met Cubaanse strijders de revolutie in Cuba vanaf zee in gang te zetten.

Ché werd al snel benoemd tot de hoogste rang in het revolutionaire leger, ‘Commandante’.

Maar, behalve gerespecteerd, werd hij ook gevreesd vanwege zijn fanatisme en meedogenloze optreden. Gedurende de revolutie was Ché onder meer verantwoordelijk voor de executie van informanten, deserteurs en spionnen in het revolutionaire leger. Een aanval op een militaire troepentransporttrein in Santa Clara leidde uiteindelijk tot de vlucht van dictator Batista uit Cuba en de machtsovername door Fidel op 1 januari 1959. Ché kreeg de Cubaanse nationaliteit en werd een prominent lid van de nieuwe socialistische regering. Hij werd ook commandant van het militaire gevangenisfort waar hij leiding gaf aan de haastige berechting en executie van talrijke leden van het oude regime. Hij verkreeg politieke hoogwaardigheidsfuncties en werd de rechterhand van Fidel. In het buitenland vertegenwoordigde Ché Cuba op economische missies naar Sovjetgelieerde landen in Afrika en Azië.

Na terugkomst van een rondreis was Ché spoorloos verdwenen. Speculaties namen toe, ook nadat Fidel een ongedateerde afscheidsbrief van Ché openbaarde. Hierin nam hij afstand van al zijn functies en de Cubaanse nationaliteit. In 1965 dook Ché op in Congo waar hij leiding gaf aan heimelijke Cubaanse operaties in Afrika. Maar dit liep uit op een mislukking. Hij zette zijn revolutionaire strijd vervolgens voort in Bolivia. Ook dit werd geen succes.

Op 7 oktober 1967 werd hij nabij La Higuera opgepakt en twee dagen later volgde zijn executie. Als bewijs van zijn dood werden zijn handen afgehakt en doodsmaskers van zijn gezicht gemaakt. De begrafenis vond plaats op een geheime plaats.

Pas dertigjaar later werden zijn stoffelijke resten gevonden en naar Cuba overgebracht. Hier werd Ché met een staatsbegrafenis bijgezet in het mausoleum in Santa Clara. Internationaal is rond de persoon van Ché Guevara later een persoonlijkheidscultus ontstaan. Een van zijn portretten, gemaakt door Alberto Korda, is wellicht de beroemdste foto aller tijden.

Voordorp Vooruit (Maart 2007)

Chico Mendesstraat
Na het inleidende artikel over de straatnamen in Voordorp in het vorige nummer van de buurtkrant werd de redactie gewezen op het ontbreken van de Chico Mendesstraat. Deze straatnaam werd in een later stadium door de gemeente extra ingevoerd. Enkele bewoners hadden hierom gevraagd. Zij wilden een aparte naam voor het westelijk gelegen deel van de Aartsbisschop Romerostraat. Drie persoonsnamen werden door hen voorgesteld. Omdat twee ervan niet aan de voorwaarden voldeden bleef één naam over: Chico Mendes (1944-1988), strijder voor behoud van het regenwoud. Onze straatnamenserie begint met deze Braziliaanse vakbondsleider en milieuactivist, die op 44-jarige leeftijd werd vermoord.

Francisco Alves Mendes Filho (Chico Mendes)  groeide op in Xapurí, gelegen in het regenwoud van de staat Acre, West-Brazilië. Zijn familie bestond uit rubbertappers. Ze kerfden de schors van rubberbomen in en vingen het sap op, dat uit de schors vrijkwam. De Arbeidsintensieve rubberproductie leverde maar weinig geld op en men leefde een armoedig bestaan. De situatie verslechterde nog eens met het einde van de Tweede Wereldoorlog. De behoefte aan rubber in Noord-Amerika werd opeens veel kleiner. Maar de grootste economische dreiging kwam vanuit het eigen land. Vanaf 1970 besloot de regering in het regenwoud snelwegen en grote veefokkerijen aan te leggen. Rubbertappers en indianen werden door de gesubsidieerde heerboeren bedreigd. Zij werden genoodzaakt te verhuizen naar de getto’s van grote steden. Naast dit menselijk drama voltrok zich ook een ecologische ramp. De gebieden werden in hoog tempo ontbost. De grond die overbleef was niet beschermd tegen de grote hoeveelheden neerslag en erodeerde snel. Chico Mendes was getuige van de komst van de boeren. Gedreven door zijn idealen begon hij de strijd tegen hun vaak criminele onteigeningspraktijken en ontbossing. De inheemse bevolking leerde hij voor hun recht op te komen. Hij waarschuwde hen voor de gevolgen van contracten die  onder dwang) getekend werden. Hij organiseerde geweldloos verzet tegen de ontbossing met menselijke schilden. Hij richtte een politieke partij op en werd vakbondsleider van de rubbertappers in Xapurí. Ook religieuze leiders betrok hij bij discussies. In Noord-Amerika nam hij contact op met o.a. de Verenigde Naties en de BID (Bank of Interamerican Development) en wist financiering van projecten te stoppen.  Onder leiding van Chico Mendes verenigden de Braziliaanse rubber-tappers zich. Hij ontving in binnen- en buitenland prijzen, waaronder de prestigieuze ”Global 500” prijs van de Verenigde Naties in 1987. Chico Mendes werd een symbool voor milieuorganisaties en werd uitgenodigd op lezingen en  congressen. En zo wist hij steeds meer het probleem van het regenwoud wereldkundig te maken.

In 1988 werd zijn droom werkelijkheid. Een grote boerderij werd onteigend en een uitgebreid gebied werdbeschermd verklaard. Maar het succes kwam te laat. Onder de landeigenaren was de woede inmiddels hoog opgelaaid. Vanaf 1979 werd Chico Mendes al bedreigd en belaagd, maar nu vreesde hij voor zijn leven. Op 22 december 1988 werd hij uiteindelijk voor zijn huis in Xapurí doodgeschoten. De moord leidde tot een proces waarbij twee landeigenaren werden veroordeeld. Maar hun gevangenisstraf werd in hoger beroep weer ongedaan gemaakt.

Voordorp Vooruit (Januari 2005)

David Ben Goerionstraat
Op 16 oktober 1886 werd in Polen, circa 100 km ten noordwesten van Warschau, David Grün geboren.David groeide op in een Joodse gemeenschap, die gebukt ging onder een fel Oost-Europees antisemitisme. Op zijn 19-de brak hij zijn universitaire studie af en net als veel andere Joden emigreerde hij als pionier naar Palestina. Hij nam ook een nieuwe (Hebreeuwse) naam aan. Later zou hij onder deze nieuwe naam wereldgeschiedenis schrijven; David Ben Goerion werd in 1948 de stichter van de staat Israël.

David Ben Goerion voelde zich sterk aangetrokken tot het zionisme, het streven van de Joden om terug te keren naar ”de berg Zion”. De berg Zion stond synoniem voor de stad Jeruzalem en het ”Land van Israël”. Ben Goerion zag voor de Joodse arbeiders de taak weggelegd in Palestina een eigen staat te stichten.

Negen jaar na zijn immigratie werd hij vanwege nationalistische en socialistische activiteiten gearresteerd. Palestina maakte deel uit van het grote Ottomaanse Rijk en Ben Goerion werd uit dit rijk verbannen. Direct na de Eerste Wereldoorlog keerde hij vanuit de Verenigde Staten terug en werkte weer onvermoeibaar door aan zijn levensdoel. Het Ottomaanse Rijk was inmiddels uiteengevallen en Palestina stond nu onder Brits gezag. In Joodse kringen steeg hij snel in aanzien. In Palestina werd hij medeoprichter van een machtige vakbondsfederatie en naar het Britse bewind vertegenwoordigde hij de hoofdmoot van de Joodse gemeenschap. In zowel Europa als de Verenigde Staten propageerde hij de emigratie naar Israël. Tijdens de Tweede Wereldoorlog spoorde hij de Joden aan mee te vechten met

de geallieerden. Daarnaast organiseerde hij in Europa Joodse vluchtpogingen naar Palestina. Na de oorlog drong Ben Goerion steeds meer aan op een autonomie voor de Joodse bevolking. Hij gaf zijn goedkeuring aan gewapende strijd, al veroordeelde hij de terroristische activiteiten van extremistische groeperingen. Het geweld tussen Joden, Arabieren en Britten verergerde en in november 1947 werd door de Verenigde Naties een verdelingsplan aangenomen. Palestina werd verdeeld in een Joodse en een Arabische staat.

De Arabische landen protesteerden, maar Ben Goerion stelde direct een voorlopige regering samen. Op 14 mei 1948 riep hij de Joodse staat uit, waarin hij zelf de eerste minister-president en minister van Defensie zou worden. Deze functies zou hij met twee jaar  onderbreking vijftien jaar lang uitoefenen.

Na Ben Goerions proclamatie vielen de omringende Arabische landen binnen. Maar Ben Goerion had de oude Joodse verzetsgroepen al samengebracht tot een nationaal leger en won de Onafhankelijkheidsoorlog. David Ben Goerion trad in 1963 af. Sindsdien bekritiseerde hij zijn politieke opvolgers, daar waar hij dit nodig vond. Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 was hij een groot tegenstander van de annexatie van grote delen Arabisch grondgebied. In 1970, op 84-jarige leeftijd, trok hij zich volledig uit de politiek. Hij overleed in 1973, twee maanden na de Yom Kippoer Oorlog. Bovenstaande tekst is gebaseerd op websites, waaronder: http://news.bbc.co.uk

Voordorp Vooruit (Maart 2005)

Habib Bourguibastraat
Het is nog maar zes jaar geleden dat de voormalige president van Tunesië, Habib Bourguiba, overleed. Vanaf 1956 was hij 29 jaar aan de macht. Bourguiba werd beroemd om zijn prominente rol in de strijd voor onafhankelijkheid van Tunesië en de moderne hervormingen die hij later doorvoerde. Hij heeft o.a. veel betekend voor de rechten van de vrouw. Ouderdom en mentale achteruitgang leidden uiteindelijk tot een dramatisch einde van zijn presidentschap.

Bourguiba werd in de stad Monastir geboren. Na zijn studie Rechten en Politicologie in Parijs keerde hij als advocaat terug in Tunesië. Hier streed al enige jaren de “Destourbeweging” voor een Tunesisch zelfbestuur. Bourguiba sloot zich bij de beweging aan, maar in 1934 splitste hij zich af met zijn eigen (radicale) Nieuwe Destourpartij. Deze werd al spoedig verboden na oproepen tot uitgebreid politiek verzet tegen de Franse overheersing. Voor Bourguiba volgde een lange reeks gevangenschappen en verbanningen (in totaal meer dan 11 jaar). Maar onvermoeid bleef hij zich inzetten bij stakingen en massademonstraties. Tijdens zijn buitenlandverblijf na de Tweede Wereldoorlog wist Bourguiba internationale steun te winnen door middel van toespraken en diplomatie. In 1949 keerde Bourguiba in zijn vaderland terug, waar de Néo-Destour nieuwe voorstellen deed aan de Fransen. Maar, politieke hervormingen kwamen al snel tot stilstand. Wederom kwamen er grote demonstraties en stakingen en wederom werd Bourguiba verbannen. Maar onder grote druk volgden nieuwe onderhandelingen en op 20 maart 1956 erkende Frankrijk de Tunesische onafhankelijkheid. (Het zou echter tot 1963 duren tot de laatste Franse troepen het land verlieten.) De monarchie werd afgeschaft en Bourguiba werd na verkiezingen president.

Bourguiba's beleid in het Islamitische land bleek al snel modern getint. Na vijf maanden introduceerde hij wetten tegen polygamie en voor gelijke rechten van de vrouw. Scheiden werd eenvoudiger en de huwbare leeftijd voor meisjes werd drastisch verhoogd. Ook kregen onderwijs en gezondheidszorg een hoge prioriteit. Op internationaal vlak trachtte hij via Diplomatie een einde te maken aan het Arabisch-Israëlisch conflict. Dit veroorzaakte juist een verwijdering tussen de staten.

In de tweede helft van de jaren zeventig daalde zijn populariteit, terwijl hij zich in 1975 juist had laten benoemen tot president voor het leven. Studenten en de vakbond verzetten zich tegen de regeringspolitiek. Sommige eisen werden ingewilligd, maar premier Nouira koos voor een harde aanpak en liet stakers en demonstranten door legereenheden beschieten. Bij de parlementsverkiezingen in 1981 werden er voor het eerst meerdere partijen toegelaten, echter geen van allen behaalde de kiesdrempel.

In de jaren tachtig manifesteerde zich een Islamitisch-fundamentalistische beweging. Ook hiertegen trad de overheid erg hard op. De vraag is echter of Bourguiba de laatste jaren de touwtjes nog in handen had. In 1987 liet generaal Ben Ali, zojuist tot premier benoemd, de bejaarde Bourguiba voor het presidentschap ongeschikt verklaren. Bourguiba werd onder huisarrest geplaatst in Monastir. Het arrest bleef dertien jaar van kracht, tot zijn overlijden op 6 april 2000. Habib Bourguiba werd in zijn geboorteplaats begraven in het familiemausoleum.
Voordorp Vooruit (Januari 2006)

Kemal Atatürkstraat
De stichter en eerste president van de Turkse Republiek is nog steeds een grote held in Turkije. De generaal die uit de restanten van het Ottomaanse Rijk Turkije wist te stichten en de president die grootschalige hervormingen doorvoerde. Hij is voor veel Turken de man die van Turkije een moderne, trotse natie maakte.

Atatürk werd geboren in 1881 als Mustafa Riza, in Salonika, het tegenwoordige Thessaloniki. Al vroeg besloot hij tot een carrière in het leger, tegen de wil van zijn streng gelovige moeder. Maar Mustafa deed het erg goed op de militaire academie. Hij kreeg er zelfs de bijnaam Kemal, ‘de perfecte’.

In de Eerste Wereldoorlog sloot de Ottomaanse sultan zich aan bij Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Luitenant-kolonel Mustafa Kemal werd belast met de verdediging van Istanbul. Vijandelijke troepen slaagden er niet in door zijn linies te breken en Mustafa Kemal werd een militaire held. Maar, de geallieerden wonnen de oorlog. De sultan bleef officieel leider van het land, al was zijn macht voorbij. Terwijl geallieerde schepen de hoofdstad binnenvoeren, besloot Mustafa Kemal de Turken te bevrijden van de Europese overheersers. Hij verzamelde vertrouwelingen om zich heen in zijn latere hoofdstad Ankara en maakte een nieuw plan voor Turkije, dat aansloeg bij de bevolking van Anatolië. Later schaarden Turken in het hele land zich achter de eenheidsgedachte van Kemal. Dankzij deze steun was Kemal in staat om met zijn leger vanuit Anatolië het land te bevrijden van geallieerde invloed. Griekse, Engelse en Franse legers werden in korte tijd verjaagd.

Op 29 oktober 1923 riepen Kemal en zijn volgelingen in Ankara de Turkse Republiek uit. De landelijke hervormingen konden beginnen. De voornaamste was de strikte scheiding van moskee en staat. Het kalifaat (het wereldlijke hoofd van de islam) werd ontbonden en het juridische systeem werd volledig omgegooid. Er kwamen wetten naar Europees model met gelijke rechten voor alle burgers. Bovendien werd het Romeinse alfabet ingevoerd in plaats van het Arabische schrift. Traditionele kleding werd verboden en voor iedereen werd de achternaam geïntroduceerd. Het parlement koos een naam voor de president: Atatürk, vader der Turken.

Tot zijn dood ging Atatürk door met zijn hervormingsdrift. In zijn laatste jaren als president werkte hij vooral aan het versterken van de banden met de buurlanden en het westen. Op 10 november 1938 overleed de president, maar zijn naam, zijn foto en zijn woorden zijn nog steeds niet weg te slaan uit het huidige Turkse straatbeeld.
Voordorp Vooruit (November 2007)

Kögllaan
Geen aanvullende informatie beschikbaar in Voordorp Vooruit.

Pablo Nerudastraat
Pablo Neruda was een van de invloedrijkste schrijvers van de 20ste eeuw. Zijn echte naam was Neftali Ricardo Reyes Basualto. Hij schreef onder de naam Pablo Neruda, ter nagedachtenis van de Tsjechische dichter Jan Neruda (1834-1891). Tijdens het bewind van González Videla was hij gedwongen enkele jaren buiten Chili te verblijven.
Pablo Neruda werd geboren in 1904 in Parral in Chili. Zijn vader was spoorwegbediende en zijn moeder onderwijzeres. Zij overleed twee maanden na zijn geboorte. Al op  dertienjarige leeftijd begon Neruda te schrijven voor het dagblad La Mañana. In 1923 volgde zijn eerste boek. Het tweede boek, Veinte Poemas de Amor y Una Canción Desesperada (1924) werd één van zijn bekendste en meest vertaalde werken. Naast zijn literaire activiteiten studeerde Neruda Frans en pedagogiek aan de Universiteit van Chili in Santiago.

Tussen 1927 en 1935 was hij diplomaat in Birma, Ceylon, Java, Singapore, Buenos Aires, Barcelona en Madrid. In die periode schreef hij de verzameling esoterisch surrealistische gedichten Residencia en la Tierra (1933), die zijn literaire doorbraak betekenden. De Spaanse Burgeroorlog en de moord  op dichter García Lorca beïnvloedden hem sterk en leidden tot zijn toetreding tot de republikeinse beweging in Spanje en Frankrijk. In 1939 werd Neruda benoemd tot consul voor de Spaanse emigratie, met als standplaats Parijs. Kort daarna werd hij Consul Generaal in Mexico.

In 1943 keerde Neruda terug naar Chili, waar hij in 1945 werd verkozen tot senator van de Republiek en lid werd van de Communistische Partij. Na zijn protesten tegen president González Videla moest hij echter onderduiken. En na twee jaar, in 1949, wist hij naar Parijs te vluchten. Daar werd Neruda opgenomen in het intellectuele leven. Zijn internationale faam bleef toenemen, via zijn poëzie, zijn uitgebreide internationale kennissenkring, zijn politiek engagement en zijn status van politieke banneling. In veel landen viel hem de grootste eer te beurt en werden zijn werken en gedichten uitgegeven. In 1950 verscheen zijn ondertussen afgewerkte epos Canto General in Mexico. In datzelfde jaar nog verschenen er in veel landen edities van, waaronder ook een illegale versie in Chili. Samen met Pablo Picasso ontving hij de Internationale Prijs voor de Vrede.

Ondertussen was in Chili na drie jaar het arrestatiebevel tegen Neruda ingetrokken. Hij keerde er triomfantelijk terug en vestigde zich in Santiago. Pablo Neruda ontving voor zijn buitengewoon omvangrijke oeuvre in 1971 de Nobelprijs voor de Literatuur. Hij overleed in 1973, twaalf dagen na de staatsgreep van Augusto Pinochet.
Voordorp Vooruit (September 2007)

Pal Maleterstraat
Pál Maléter werd in 1917 geboren in Eperjés, Hongarije. Die stad heet tegenwoordig Presov en ligt in Slowakije. Maléter studeerde geneeskunde in Praag en volgde vanaf 1938 een opleiding aan de militaire academie in Boedapest. In de Tweede Wereldoorlog werd hij aan het oostfront door het Rode Leger gevangen genomen. Hij werd communist en streed vervolgens tegen Nazi-Duitsland. Na de oorlog koos hij voor een militaire loopbaan als officier in het Hongaarse leger. Hij werd kolonel en commandant van een infanterie-eenheid. Tijdens betogingen op 23 oktober 1956 werd Maléter uitgestuurd om deze met geweld te onderdrukken, maar al gauw koos hij partij voor de arbeiders en studenten. Sindsdien werd hij met generaalsrang gezien als militair leider van de Hongaarse Opstand tegen de Sovjetbezetting. De opstandelingen eisten van de Sovjet-Unie: beëindiging van de Sovjetbezetting, vrije verkiezingen, herstel

van de persoonlijke vrijheden en afschaffing van de veiligheidspolitie. Maar de opstand mislukte. Maléter werd ter dood veroordeeld en in 1958 opgehangen.

De opstand begon met een onschuldig lijkende demonstratie op 22 oktober tegen de Sovjetvoogdij in Hongarije. Hij groeide echter uit tot een massale, landelijke betoging. Op straat werd het grote standbeeld van voormalig Sovjetleider Stalin omvergetrokken en het Sovjetsymbool werd uit de nationale vlaggen geknipt. Troepen van de veiligheidspolitie werden de situatie niet meester en Sovjetbezettingstroepen rukten met tanks tegen de opstandelingen op. De Hongaarse premier riep de Sovjet-Unie op tot militaire interventie en stond - om de gemoederen te sussen - zijn zetel af aan de hervormingsgezinde Imre

Nagy. Arbeiders en jongeren vochten met Molotovcocktails tegen de Russische tanks.

Arbeiders van de wapenfabriek deelden wapens uit. Veel militairen volgden commandant Pál Maléter door de zijde van de opstandelingen te kiezen. Maléter leidde in de hoofdstad legereenheden bij de Killian-barakken, een belangrijk strategisch punt. Even leek het erop dat de opstand slaagde. De Sovjetregering beloofde een spoedige terugtrekking van alle Sovjettroepen uit Hongarije. Nagy maakte de nieuwe regeringscoalitie bekend, met Maléter als minister van Defensie. Op 1 november trad Hongarije uit het Warschaupact en vroeg de Verenigde Naties de Hongaarse 'neutraliteit' te beschermen. Op 3 november werd een Hongaarse delegatie onder leiding van Maléter naar het hoofdkwartier van de Sovjetbezettingstroepen ontboden. De details van de terugtrekking van de Russische legers

zouden worden besproken. Maar het was een valstrik en Maléter en de anderen werden gearresteerd. Een dag later vielen nieuwe Russische gevechtseenheden de Hongaarse steden binnen en na vier dagen was het verzet gebroken. Het Westen had geen gehoor gegeven aan de radio-oproepen tot hulp. De gevechten hadden meer dan 30 duizend mensen het leven gekost, bijna twintigduizend Hongaren werden gedeporteerd en meer dan 200 duizend burgers vluchtten naar het buitenland.

Pál Maléter werd schuldig bevonden aan landverraad en poging tot ondermijning van Het 'democratisch staatsbestel'. Maléter en Nagy werden na langdurige mishandeling in 1958 in Boedapest geëxecuteerd. In 1989, 31 jaar later, werden zij volledig gerehabiliteerd en op een dag van nationale rouw plechtig herbegraven.
Voordorp Vooruit (November 2005)

Pedro Luis Briónstraat
Pedro Luis Brión (6 juli 1782 Curaçao, 27 september 1821) was militair officier in de Venezolaanse onafhankelijkheidsoorlog. Aan het einde van zijn carrière was hij admiraal bij de marine van Venezuela en Groot-Colombia.

Zijn ouders kwamen oorspronkelijk uit de zuidelijke (Oostenrijkse) Nederlanden. Ze verhuisden in 1777 naar Willemstad, Brión’s geboortestad. Toen hij twaalf jaar oud was stuurden zijn ouders hem voor een opleiding naar Nederland. Na enkele jaren trad Brión hier in het leger van de Bataafse Republiek, om de Britse invasie van Noord Holland te helpen afslaan bij Castricum. In 1799 werd hij echter gevangen genomen. Na zijn vrijlating bij een gevangenenruil keerde hij terug naar Curaçao en raakte daar betrokken bij de revolutionaire beweging in september 1800. Kort daarna vielen de Britten Curaçao binnen

En weer werd hij opgeroepen te vechten. Maar Brión vluchtte naar de Verenigde Staten, waar hij economie en scheepvaartkunde ging studeren. Na de studie en de Nederlandse herovering van Curaçao keerde hij in 1803 terug. Op Curaçao werkte hij als zakenman tot 1807, toen hij opnieuw moest vluchten wegens een Britse inval. In 1813 ontmoette hij Simón Bolivar tijdens een zakenreis in Haïti. Bolivar haalde Brión over om samen met hem naar Venezuela te gaan en deel te nemen aan de onafhankelijkheidsoorlog. Brión werd tot kapitein benoemd van een fregat. Hij kocht in Engeland een schip met 24 kanonnen en ondersteunde ermee de opstandelingen bij Cartagena de Indias. Na zijn promotie door  Bolivar organiseerde Brión verschillende expedities langs de kust van Venezuela. In 1816 versloeg hij de Spanjaarden in de zeeslag bij Los Frailes en werd hij door Bolivar benoemd tot admiraal. In het daarop volgende jaar richtte Brión de Venezolaanse Admiraliteit en het Korps Mariniers op. Daarna zeilde hij met een eskader de rivier de Orinoco op. In de slag van Cabrián versloeg dit eskader een Spaanse vloot van 28 schepen. Veertien Spaanse schepen werden buitgemaakt en 1500 zeelieden gevangen genomen. Guyana werd bevrijd en Brión werd benoemd tot president van de regeringsraad.

In 1819 leidde Brión een expeditie van 22 schepen naar de kust van het vicekoninkrijk van nieuw Granada, het tegenwoordige Colombia. Daar bevrijdde zijn vloot, in samenwerking met een leger, een aantal havensteden. Toen Brión problemen kreeg met zijn gezondheid, besloot hij in 1821 terug te keren naar Curaçao. Daar stierf hij enkele maanden later aan tbc. Zijn lichaam werd in 1882 overgebracht naar Venezuela en bijgelegd in het nationale pantheon. Daar ligt hij tegenwoordig naast overige beroemdheden uit de Venezolaanse geschiedenis, zoals Simon Bolivar.
Voordorp Vooruit (Februari 2008)

R.A. Kartinistraat
Javabode, 19 september 1904: ‘Zaterdag overleed te Rembang, Raden Ajoe Djojo-adiningrat Kartini (…) een der begaafde dochters van den regent van Jepara, die veel van zich hebben doen spreken door hun streven den Javaan en zijne vrouwen en dochters geestelijk op te heffen. Zij had zich dit als levensdoel gesteld en hoopte in haar huwelijk (…) in staat te zijn nog meer tot stand te brengen.’ In dit “In Memoriambericht” werd de 25-jarige R.A. Kartini herdacht, de bekendste voorvechtster van emancipatie in Nederlands Indië.

Raden Adjeng Kartini (1879-1904) werd geboren in een aristocratische Javaanse familie. Men leefde er volgens oude tradities, met polygamie en uithuwelijking. Haar vader was regent, haar moeder zijn “bijvrouw”. Kartini mocht de (Nederlandse) lagere school bezoeken tot zij twaalf jaar oud was. Ze leerde onder andere goed Nederlands spreken, iets wat voor Javaanse vrouwen al ongebruikelijk was. Met haar twaalf jaar werd ze huwbaar geacht en thuis afgezonderd om voor het huwelijk te worden voorbereid. De voorbereiding was een vorm van opsluiting: het was niet meer toegestaan om alleen uit te gaan. Huwen betekende meestal spoorloos verdwijnen in het huis van een echtgenoot die vaak al enkele vrouwen bezat. Op haar zestiende kreeg ze echter een deel van de hard bevochten vrijheid weer terug. De Nederlandse taal was voor geletterde Indonesiërs de enige toegangspoort tot de Westerse cultuur. Kartini beheerste de taal goed en in 1899 schreef ze een briefje naar het vrouwentijdschrift De Hollandsche Lelie. De redactrice raakte blijkbaar onder de indruk, want ze riep Nederlandse dames op om met Kartini te gaan corresponderen.

Kartini’s eerste vaste penvriendin werd de Nederlandse feministe van het eerste uur, Stella Zeehandelaar, en er volgden meer prominenten. In haar brieven beschreef Kartini haar leven, haar gevoelens, het lot van vrouwen in Indonesië, de strijd tegen het uithuwelijken en het belang van educatie voor alle kinderen. Pogingen om in Nederland te kunnen studeren mislukten. Na instemming van haar vader kwam toezegging van financiële overheidssteun te laat. Kartini was net één dag uitgehuwelijkt en ze had met haar zussen al besloten om in eigen land te blijven. Halverwege 1903 richtten ze samen thuis een schooltje op voor de kinderen uit de buurt. Kartini werd uitgehuwelijkt aan de regent van Rembang, die al drie vrouwen had. Met tegenzin stemde ze toe, maar niettemin ontstond er een goede band. In 1904 raakte Kartini zwanger van haar eerste kind, maar vier dagen na de bevalling stierf ze in haar kraambed.

Na haar dood werd Kartini een legende. Er werden toneelstukken geschreven met elementen uit haar leven en in 1911 werden haar brieven aan het echtpaar Abendanon uitgegeven. Dit werk, onder de titel “Door duisternis tot licht”, inspireerde de Indonesische intelligentsia en vrouwenbeweging. Het maakte bovendien indruk op het Nederlandse Eerste Kamerlid Van Deventer, die in 1913 het Kartini-Fonds oprichtte ten behoeve  Van meisjesscholen op Java. De Indonesiërs zijn hun illustere landgenote niet vergeten. Kartini prijkt op Indonesische bankbiljetten en haar geboortedag, 21 april, is uitgeroepen tot Kartini-dag.

Voordorp Vooruit (April 2006)
In april 2015 is nog een artikel over deze straat verschenen in de JAWA POS (een krant in Indonesië)

Samora Machelstraat
Samora Machel was in de jaren 70 van de vorige eeuw voorzitter van FRELIMO, het bevrijdingsfront van Mozambique. Na de onafhankelijkheid in 1975 was hij president van Mozambique. Door een vliegtuigongeluk, elf jaar later, kwam abrupt een eind aan zijn socialistisch bewind.
Samora Moisés Machel werd in 1933 geboren in het dorp Chilembene in Mozambique. Gedwongen door Portugese kolonisten verbouwden zijn ouders katoen. Ze leden een armoedig bestaan. Om de hongersnood te ontvluchten werkten familieleden onder gevaarlijke omstandigheden in de Zuid-Afrikaanse mijnbouw. Na zijn opleiding op een missieschool werkte Machel enige tijd als verpleegkundige. Het was een van de weinige beroepen die voor zwarten waren weggelegd. In de jaren als verpleegkundige groeide zijn streven naar onafhankelijkheid. In 1961 ontmoette hij Eduardo Mondlane, de latere oprichter van bevrijdingsfront “Frente de Libertação de Moçambique” (FRELIMO). In 1963 sloot Machel zich hierbij aan. Hij kreeg een guerrillaopleiding in Algerije en was daarna guerrillastrijder. Na enkele promoties werd hij in 1968 benoemd tot opperbevelhebber van FRELIMO en twee jaar later tot voorzitter en secretaris-generaal. FRELIMO was in die tijd intern erg verdeeld vanwege zelfverrijking, machtspelletjes en rivaliteit tussen volken. Onder Machel’s leiding hervond de beweging echter zijn eenheid en werd een nieuwe (Marxistische) koers vastgesteld. In 1974 viel in Portugal de dictatuur en de nieuwe Portugese regering startte onderhandelingen met het FRELIMO. Deze besprekingen resulteerden in 1975 in de onafhankelijkheid van Mozambique. Machel werd gekozen tot president van de nieuwe Volksrepubliek, die hij omvormde tot een éénpartijstaat met de FRELIMO als enige toegestane politieke partij. Een burgeroorlog was het gevolg. De tegenstand kwam vanuit de anticommunistische bevrijdingsbeweging RENAMO, die gesteund werd door de rechtse regeringen van ZuidAfrika, Rhodesië en later de Verenigde Staten. Machel, die ‘s lands economie sterk zag krimpen, zocht financiële hulp in het  buitenland, waaronder de SovjetUnie. In 1984 sloot Machel een akkoord met de Zuid-Afrikaanse regering. Hierin werd bepaald dat hij zijn steun aan het ANC staakte en de Zuid-Afrikaanse regering haar steun aan RENAMO introk. In het geheim bleef Zuid-Afrika RENAMO steunen, terwijl het Mozambique ervan beschuldigde dat het doorging met het steunen van het ANC. Op 19 oktober 1986 vloog Samora Machel met zijn gevolg, na een bespreking in Zambia, huiswaarts naar Mozambique. Het vliegtuig stortte boven de Zuid-Afrikaanse Lebombo bergen neer en de president kwam met 33 andere inzittenden om het leven. Een onderzoeksteam onder Russische leiding wees op een fout van de Russische piloot. Boze tongen echter spraken van een Zuid-Afrikaans complot. Samora Machel werd op 28 oktober begraven. Te zijner nagedachtenis houdt Mozambique jaarlijks op 19 oktober de Samora Machel Dag.
Voordorp Vooruit (November 2006)

Sartreweg
De Franse filosoof Jean-Paul Sartre was één van de invloedrijkste denkers uit de twintigste eeuw. Zijn filosofie van de vrijheid was erg populair in het naoorlogse Frankrijk.

Sartre werd geboren in Parijs. Zijn vader was marineofficier, maar stierf toen Jean-Paul een jaar oud was. Hij had een hechte band met zijn moeder. Sartre studeerde filosofie in Parijs en Berlijn. In de jaren dertig gaf hij les aan de universiteiten van Le Havre en Parijs. Hij omringde zich met intellectuelen en vond een belangrijke inspiratiebron in de Duitse existentialistische filosofen Husserl en Heidegger. Vóór de oorlog, in de jaren dertig, was hij apolitiek en hield hij zich vooral bezig met de theorie van de vrijheid. Zijn existentialistische filosofie benadrukte de absolute vrijheid van het individu. Aan die absolute vrijheid koppelde Sartre de absolute verantwoordelijkheid van de mens. In 1940 werd hij opgepakt door de Duitsers. Hij verloor toen tijdelijk zijn belangrijkste bezit: zijn vrijheid. Na zijn vrijlating in 1941 sloot hij zich aan bij het Franse verzet om te schrijven voor verzetsblaadjes. Tot die tijd was Sartre van mening dat menselijk samenleven gelijk stond aan met elkaar in conflict zijn. Maar dit veranderde toen hij in de oorlog broederschap meemaakte. Hierdoor kreeg hij sympathie voor het communisme, en later ook voor Mao. Hij kwam hierover in conflict met collega-schrijver Albert Camus. Er kwam een grote omslag in zijn denkwijze. Voorheen had hij zijn existentialistische filosofie ontwikkeld met daarin een grote verantwoordelijk voor het individu. Nu probeerde hij het existentialisme te verenigen met het communisme. Maar hij faalde. Na de Russische inval in Hongarije in 1956, bekritiseerde hij de Sovjet-Unie en hij verloor zijn geloof in de arbeidersstaat. Maar hij bleef in de klassenstrijd voor de arbeiders strijden. Hij was één van de eersten die opkwam voor de geestelijke en culturele waarden van de zwarte bevolking. Ook was hij voorzitter van het Internationaal Tribunaal voor oorlogsmisdaden. In 1964 weigerde hij de Nobelprijs voor literuur omdat hij tegen de bourgeois wereld was en daar niet bij wilde horen. Sartre stierf in 1980. Zijn publieke rol was toen al een tijd uitgespeeld. Wel liet hij tientallen romans, toneelstukken en essays na. Op zijn begrafenis waren 40.000 mensen aanwezig.

Voordorp Vooruit (September 2008)

Simón Bolivarstraat
Simón Bolívar (1783 – 1830) was een ZuidAmerikaanse vrijheidsstrijder. Hij was generaal in een reeks van onafhankelijkheidsoorlogen, die bekend staat als Bolivars Oorlog. De strijd tegen de Spaanse overheerser duurde van 1811 tot 1825. En resulteerde in de landen Panama, Colombia, Ecuador, Peru, Venezuela en Bolivia.

Simón José Antonio de la Santísima Trinidad Bolívar y Palacios werd geboren in Caracas, in het toenmalige Nieuw-Granada. Hij groeide op in een aristocratische familie. Op 9-jarige leeftijd verloor hij beide ouders. Dankzij het nagelaten fortuin bleef hij privé-onderwijs volgen. Voor een vervolgstudie tenslotte reisde hij in 1799 naar Spanje. In Europa sloot Bolívar zich aan bij het gevolg van Napoleon en trad toe tot de vrijmetselarij. Na acht jaar keerde Bolívar terug naar Venezuela om daar deel uit te maken van de verzetsbeweging. Bolívar bevocht de Spanjaarden eerst onder het bevel van Francisco de Miranda in 1810. Maar zij leden een nederlaag en Bolivar moest het land uit vluchten. Later ondernam hijzelf een nieuwe poging.

Zijn invasie in 1813 in Venezuela was succesvol. Caracas werd veroverd en de republiek Venezuela werd uitgeroepen. Vervolgens trok Bolívar naar Colombia, waar hij in 1814 Bogota veroverde. Daarna leed Bolívar een aantal militaire nederlagen, maar met Haïtiaanse hulp wist hij vanaf 1816 weer gebieden te veroveren. In 1819 was heel Colombia in de handen van Bolivar en hij riep de Republiek van Groot-Colombia uit. Groot-Colombia was een federatie, die grote delen van het huidige Venezuela, Colombia, Panama en Ecuador omvatte. In 1824 leidde Bolivar de revolutionairen om Peru te bevrijden. Binnen Peru vormde hij een nieuwe republiek, het huidige Bolivia, dat naar hem genoemd werd.  Bolívar was president van Groot-Colombia, of liever gezegd, dictator. Maar al kort na de bevrijding ontstond in de republiek veel onrust. Het grote gebied viel uiteen en Bolívar trad als president terug in 1828. Hij stierf twee jaar later aan tuberculose in het Colombiaanse Santa Marta. De schrijver Gabriel Garcia Marquez geeft in het boek De Generaal in zijn Labyrint een portret van Bolívar. In dit boek overdenkt De Generaal, in zijn laatste levensjaar, zijn leven.
Voordorp Vooruit (Juli 2008)

Steve Bikostraat
Van 1948 tot 1990 heerste in Zuid-Afrika officieel de apartheidspolitiek. Van staatswege uit waren leefgebieden van blanken en zwarten gescheiden. Zo waren gemengde huwelijken verboden en waren er aparte scholen, bussen en stranden.

Zelfs de bankjes in het park waren gescheiden. Blanken woonden in riante woonwijken en nietblanken in weggelegen en achtergestelde 'townships'. Protest tegen het apartheidsregime was riskant. Veel zwarte Zuid-Afrikanen moesten hun acties met de dood bekopen, waaronder Steve Biko. Hij overleed op 12 september 1977 in een politiecel.

Stephen Bantu (Steve) Biko werd in 1946 geboren in King William’s Town in de Oost-Kaap. Zijn vader was kantoorklerk en zijn moeder huishoudster. Zijn vader overleed toen Steve vier jaar was. Op school blonk hij uit, maar eenmaal werd hij vanwege zijn vroege politieke interesse verwijderd. Vanaf 1966 volgde hij een opleiding aan de 'Medical School' in Durban.

Tijdens zijn studie werd hij politiek actief. Hij werd in 1968 medeoprichter van de South African Students' Organisation (SASO) en organiseerde onder andere toespraken voor de zwarte gemeenschappen, om onder hen een grotere zelfbewustheid te creëren. SASO werd een enorm succes en spoedig was Biko één van ’s lands prominentste activisten tegen het apartheidsregime. In 1972 stond hij aan de wieg van een overkoepelende organisatie, de Black Peoples Convention (BPC). Toen hij werd gekozen als leider van de BPC, greep de  regering drastisch in. Biko werd in Durban als student uitgeschreven en 'verbannen' naar zijn geboortestad King William's Town. Men probeerde hem de mond te snoeren. Biko bleef echter voor de BPC werken en hielp mee met het opzetten van een fonds voor politieke gevangenen en hun familie. Tussen augustus 1975 en september 1977 werd Biko vier maal door het apartheidsregime opgepakt en langdurig ondervraagd. Op 21 augustus 1977 werd hij opgesloten in Port Elizabeth. Hier werd hij telkens voor verhoor meegenomen naar het hoofdbureau van de politie. Op 7 september constateerden artsen verwondingen aan zijn hoofd. Neurologische complicaties negeerden zij. Vier dagen later verloor Biko het bewustzijn. De aanwezige arts adviseerde ziekenhuisopname, waarop Biko naakt in de achterbak van een Land Rover naar Pretoria werd getransporteerd. De 1200 km lange rit duurde 12 uur. Enkele uren na aankomst in de Pretoria Central Prison overleed hij, 32 jaar en alleen liggend op de vloer van zijn cel, aan hersenletsel en inwendige kneuzingen. Hij was sinds maart 1976 de negentiende gevangene, die onder verdachte omstandigheden was overleden. De minister van Justitie verklaarde later dat Biko was overleden na een  hongerstaking en dat z’n dood "hem koud liet". Later volgde onder druk van de media een nieuwe verklaring: Biko was overleden aan een hersenletsel, maar het bleef onduidelijk wie hiervoor verantwoordelijk waren. De drie betrokken artsen werden vrijgepleit. Het bericht rond Biko’s brute dood veroorzaakte wereldwijd protest. Steve Biko werd een martelaar en symbool van het zwarte verzet tegen het apartheidsregime. Er volgden films, waaronder 'Cry Freedom' en liederen, zoals 'Biko' van Peter Gabriel. En met succes. Na de politieke ommekeer in 1990 werd in Zuid-Afrika een Waarheids- en Verzoeningscommissie ingesteld. Twintig jaar na dato bekenden vijf ex-politieagenten dat zij verantwoordelijk waren voor Biko’s letale verwondingen.
Voordorp Vooruit (September 2005)

Tomas Masarykstraat
Tomás Garrigue Masaryk (1850-1937) was Tsjechisch staatsman, filosoof en socioloog. Na de ineenstorting van het Habsburgse Rijk in 1918 werd hij de eerste president van TsjechoSlowakije.

Masaryk groeide op in een arbeidersgezin in de stad Hodonin, in Oostenrijk-Hongarije. Masaryk bleek een briljante leerling en na het gymnasium studeerde hij in Brno, Wenen en Leipzig. In 1882 werd hij professor in de filosofie aan de universiteit in Praag. Als Tsjechisch nationalist werd Masaryk lid van de Nationaal-Liberale Partij en parlementslid in de Reichsrat in Wenen. Maar uit onvrede stapte hij twee jaar later weer op. In deze korte periode verwierf hij niettemin veel bekendheid in Tsjechische, Slowaakse en andere Slavische  nationalistische kringen. In 1900 richtte Masaryk de progressiefliberale Jonge-Tsjechische Partij op. Hij streefde naar een federaal keizerrijk, met verregaande autonomie voor de diverse volkeren. Later stapte Masaryk over naar de links-liberale Realistische Partij, waarvoor hij zeven jaar lang opnieuw zitting had in de Reichsrat. In deze jaren was Masaryk een gematigde nationalist, die streed voor democratie, sociale gerechtigheid en voor meer Tsjechische autonomie. Toen hij aan het begin van de Eerste Wereldoorlog naar Londen  vluchtte, wijzigde hij zijn koers naar algehele onafhankelijkheid. In 1915 werd hij in Parijs voorzitter van de Tsjechoslowaakse Nationale Raad en opperbevelhebber van het  Tsjechoslowaakse Legioen, een leger dat bestond uit Tsjechische, Slowaakse en  Roemeense vrijwilligers, waaronder krijgsgevangen militairen. Via Rusland, waar hij de Russische Revolutie meemaakte, reisde hij naar de Verenigde Staten. Bij hooggeplaatste politici, onder wie de Amerikaanse president, vroeg hij aandacht voor de Tsjechische zaak. Het plan werd opgevat voor een Tsjechoslowaakse Republiek (de Slowaken werd enige mate van autonomie toegezegd). De Entente-mogendheden (de latere overwinnaars van WO-I) steunden een Tsjechoslowaakse Republiek en Tomás Masaryk werd op 14 september 1918 president van deze republiek. Het wachten was alleen nog op de ineenstorting van Oostenrijk-Hongarije, alvorens hij naar Praag kon afreizen. In 1920 werd Masaryk door het parlement tot president gekozen. In zijn binnenlandse politiek steunde hij de "grote coalitie" van sociaaldemocraten, rooms-katholieken, nationale socialisten (of volkssocialisten) en agrariërs. Masaryk was nauw betrokken bij de oprichting van de Kleine Entente. Dit diende ter bescherming van Tsjecho-Slowakije en andere Slavische staten tegen de vroegere Centrale mogendheden (Duitsland, Oostenrijk, Hongarije). In de  uurlanden steunde Masaryk anticommunistische krachten die streden tegen Russisch-communistische invloeden.  Tijdens zijn presidentschap kreeg Masaryk veel waardering in binnenen buitenland. Om gezondheidsredenen trad hij in 1935 af. Twee jaar later overleed hij op 87-jarige leeftijd.

Voordorp Vooruit (Januari 2007)

Tulastraat
Op 17 augustus 1795 weigerden op de plantage Knip op Curaçao enkele tientallen slaven om aan het werk te gaan. Slaven van naburige plantages sloten zich bij hen aan. De opstand werd geleid door Tula, die aanvankelijk succes leek te hebben, maar uiteindelijk op 19 september 1795 werd gevangen

genomen en publiekelijk werd doodgemarteld.

Tula was een slaaf van plantage Knip en was het bezit van Casper Uytrecht. Hij had als bijnaam Rigaud, naar generaal Benoit Joseph Rigaud, een van de helden van de Haïtiaanse revolutie van 1793. Van Tula's persoonlijke leven werd weinig opgetekend want als slaaf was hij geen persoon, maar een voorwerp. Wel weten wij dat hij intelligent en welbespraakt was.

Hij kende de begrippen vrijheid, gelijkheid en broederschap uit de Franse Revolutie en was op de hoogte van de ontwikkelingen die plaatsvonden in Haïti en Europa. De opstand groeide uit tot een opstand waar zeker zevenhonderd slaven, onder leiding van Tula, Bastiaan (Badjan Karpata) en Louis Mercier, aan deelnamen. Pas na drie tegenaanvallen werden zij overmeesterd. De leiders van de opstand werden ofwel door de militairen gevangen genomen ofwel door opstandelingen zelf aangebracht. Er was namelijk een beloning uitgeloofd. Voor slaven bestond de beloning uit 'bevrijding van alle slaafsche diensten' en, indien zij zelf aan de opstand hadden meegedaan, ook nog uit 'bevrijding van straffe'. Tula en Karpata werden op gruwelijke wijze gedood. Tula werd 'op een kruis gebonden, van onder op levendig geradbraakt, daarna in ’t gezicht geblaakert, en den kop afgehouwen; dat zijn kop vervolgens op de galge werd geplaatst'. Bastiaan Karpata werd 'na alvoorens deeze executie van Thoula te hebben aanschouwt, op dezelvde wijze g'executeert'. Mercier tenslotte werd opgehangen, een minder gruwelijke dood, waarvoor als reden werd gegeven 'zijn cordate houding en opregte confessie als meede dewijl er geen tweede kruijs alhier is'. Ondanks zijn tragische einde wordt de opstand van 17 augustus herdacht als de start van de lange en moeilijke weg naar de emancipatie van het volk. Een monument ter herdenking van Tula staat aan de zuidkust van Curaçao tussen "Koredo" en het "Holiday Beach Hotel".
Voordorp Vooruit (Juni 2006)


aaaaaaa