Betekenis
stippen:
- l ichtblauw:
kasten opgehangen in 2006
- blauw:
kasten opgehangen vanaf april 2007
- geel:
broedende huismussen
- oranje:
broedende spreeuwen
- rood: vermoedelijk broedende gierzwaluwen
Gierzwaluwen zijn rotsbewoners, maar nestelen ook in steden
(die je als een soort kunstrotsen kunt beschouwen). Ze vinden onder andere
nestplaatsen tussen dakpannen en in spleten. Vaak broeden ze in de oudere
wijken; in nieuwbouwwijken is het veel moeilijker voor ze om geschikte
nestruimte te vinden. Ze foerageren echter wel boven sloten en hoog in de lucht
boven Voordorp. Net als met enkele andere stadsvogels gaat het de laatste jaren
niet goed met de gierzwaluw.
In april 2007 zijn 61 nestkasten gekocht door wijkbewoners.
Een deel daarvan is daadwerkelijk opgehangen. Samen met de al eerder opgehangen
kasten (7 in totaal) hangen er nu 46. Enkele bewoners hebben aangegeven er nog
niet aan ophangen toe gekomen te zijn, of zijn inmiddels verhuisd.
In zes van de 46 nestkasten kwamen in 2007 bewoners. Deze
kasten waren allemaal al opgehangen in 2006, of in de winter van 2006/7!
Blijkbaar moeten de vogels toch eerst even aan die vreemde kasten wennen.
In 4 van de kasten hebben huismussen gebroed.
In 2 kasten hebben spreeuwen gebroed.
In 1 kast heeft minstens 1 gierzwaluw binnen gezeten,
wellicht meerdere keren.

In 2007 heeft een van de bewoners met lokgeluid gewerkt (Mark van Ree, Simon Bolivarstraat 31). Vanaf eind april tot eind juli werd op zonnige dagen ’s morgens en ’s avonds een CD afgedraaid waarop gierzwaluwengegier te horen was. Het geluid klonk uit twee kleine boxen die in het bovenraampje pal naast de twee nestkasten stonden (zie foto).
Vrij snel na het beginnen met lokken reageerden er gierzwaluwen door terug te krijsen en laag door de straat en vlak langs de kasten te gieren. In juni en juli heeft een gierzwaluw zich meerdere keren aan een van de kasten aangeklampt. Ook heeft er een gierzwaluw in een nestkast geschuild voor een regenbui.
Dit betekent allemaal dat de kast inmiddels is herkend als mogelijke plek om in te gaan broeden. Het wachten is op de terugkeer in 2008 van dezelfde vogels. Hopelijk hebben ze de winter in Afrika en de terugtocht naar Utrecht overleefd.
Gierzwaluwen zijn nog meer luchtacrobaten dan de ‘echte’
zwaluwen zoals boeren-, huis- en oeverzwaluw. Het grootste deel van hun leven
brengen ze in de lucht door. Daar slapen ze op een paar kilometer hoogte, ze
jagen er op muggen, vliegen en andere insecten, en ze paren er zelfs. Snelheden
van 120 km per uur behoren tot de mogelijkheden, terwijl ze maar 16 cm lang
zijn en hun sikkevcormige vleugels een spanwijdte hebben van 45 cm.
Ze komen alleen in hun nestplaats om op de eieren te zitten of de jongen te voeren. Lopen kunnen ze daarom ook niet, hun pootspieren zijn niet ontwikkeld. Vliegen des te beter. Als het blijft regenen vliegen ze gewoon een paar honderd kilometer om een buienfront heen op zoek naar rondvliegende insecten.
Het eerste gierende geluid van de gierzwaluwen hoor je
meestal eind april, begin mei. Ze hebben dan zo’n 8000 km afgelegd vanaf hun
overwinteringsgebieden in Zuid- of Midden-Afrika en zoeken het nest van het
vorige jaar op. Eerst arriveren de mannetjes, een paar dagen later de
vrouwtjes. Het nest wordt eventueel wat opgeknapt met allerlei materiaal dat in
de lucht ronddwarrelt (kleine veertjes, pluisjes, haren) en aan elkaar gekit
met speeksel tot een kommetje. Daarin worden in de tweede helft van mei een
paar eitjes (2-3) gelegd die afwisselend door het mannetje en het vrouwtje
bebroed worden.
Dat broeden duurt ongeveer 3 weken waarna de jongen uitkomen. Die worden door de ouders gevoerd met ‘insectenballen’: de ouders vangen al vliegend insecten, zoals muggen, kevers en mieren in de lucht en verzamelen ze in een keelzak. In die keelzak worden de paar honderd (!) insecten tot een balletje gemaakt. Zo’n twintig ballen worden zo aan de jongen gevoerd, samen goed voor enkele duizenden insecten per dag per jong!
Bedreiging en
bescherming
Oorspronkelijk leefden gierzwaluwen in rotsachtige gebieden,
waar ze broedden in holtes en spleten in de rotsen, liefst in een kolonie. Die
rotsen verdwenen niet, dus keerden ze ieder jaar weer naar dezelfde vertrouwde
plek terug. Dat werkte prima. In bebouwde gebieden zien ze huizen voor een
soort rotsen aan. Ook daarin kan je holtes en spleten vinden om een nest te
maken. Zo is een soort samenwerking ontstaan tussen mensen en gierzwaluwen: mensen
leveren onderdak, de zwaluwen eten rondvliegende insecten op.
Maar helaas verdwijnen deze ‘rotsen’ wel. Huizen worden gesloopt, gerenoveerd of door het gebruik van andere bouwmaterialen ongeschikt gemaakt om er nog langer in te kunnen nestelen. Gierzwaluwen zijn daardoor inmiddels in veel steden in de problemen gekomen.
www.zwaluwen.info
www.gierzwaluw.com
HET ONTSTAAN VAN HET
NESTKASTENPROJECT
Gierzwaluwen zijn rotsbewoners, maar nestelen ook in steden (die je als een soort kunstrotsen kunt beschouwen). Ze vinden onder andere nestplaatsen tussen dakpannen en in spleten. Vaak broeden ze in de oudere wijken; in nieuwbouwwijken is het veel moeilijker voor ze om geschikte nestruimte te vinden. Ze foerageren echter wel boven sloten en hoog in de lucht boven Voordorp. Net als met enkele andere stadsvogels gaat het de laatste jaren niet goed met de gierzwaluw.
De Initiatiefgroep Voordorp-De Bilt
heeft in 2003 een plan opgesteld om zowel de natuur in de stadsrand tussen
Utrecht, Groenekan en De Bilt te versterken als de mogelijkheden om van die
natuur te genieten. Een van de onderdelen van dat plan was het verbeteren van
de gierzwaluwenstand. Hiervoor is samen met de gemeente en twee
gierzwaluwdeskundigen van het Zwaluwen Adviesbureau in 2005 het
nestkastenproject bedacht. Er is bekeken welk soort nestkasten geschikt zouden
zijn en welke huizen in aanmerking zouden komen voor het ophangen van kasten.
In 2006 zijn al enkele nestkasten opgehangen door de initiatiefnemers, maar
vanwege de vogelgriep lag het project even stil. Voorjaar 2007 echter heeft de
gemeente aan alle wijkbewoners een nestkast tegen korting aangeboden.